Werken in verontreinigde grond – Toolbox
Wanneer er werk in de bodem uitgevoerd moet worden, bijvoorbeeld om kabels/leidingen te leggen, kan het voorkomen dat de bodem vervuild is met gevaarlijke stoffen zoals lood, zink, benzeen, minerale oliën, cyanides, gechloreerde koolwaterstoffen etc.
Grondwerkzaamheden moeten daarom goed voorbereid en beoordeeld worden. Het is niet toegestaan te gaan graven zonder dat is vastgesteld of er sprake is van verontreinigde grond.
Werken in verontreinigde grond
Bij vastgestelde verontreinigde grond moet er gewerkt worden conform de CROW 132 “werken in of met verontreinigde grond”. Deze norm beschrijft de maatregelen die getroffen moeten worden, dit is afhankelijk van het type vervuiling en de concentraties. Een bodemonderzoek met de nodige analyses is dus altijd noodzakelijk.
Verontreinigde grond is niet per definitie visueel of middels geur waarneembaar. Met name zware metalen kunnen verraderlijk zijn omdat ze bijvoorbeeld aan klei gebonden zijn en je eigenlijk dus niets afwijkends ziet.
In andere gevallen, bijvoorbeeld bij minerale oliën, oplosmiddelen, PAK’s (Polycyclische aromatische koolwaterstoffen) e.d. is een duidelijke geur waarneembaar en/of zijn er drijflagen in het grondwater te zien.
In onderstaand overzichtje wordt wat inzicht gegeven m.b.t. de mogelijke gevolgen van chronische (gedurende een langere periode) blootstelling:
Effect op bloedsamenstelling. Benzeen is bewezen kankerverwekkend en kan leukemie (bloedkanker) veroorzaken.
Een saneringsplan (conform CROW 132) is verplicht wanneer er sprake is van verontreinigde grond. De norm geeft precies aan wat er verwacht wordt. De opdrachtgever is verplicht om dit te regelen, waar nodig onder-steund door een veiligheidskundige, arbeidhygiënist of milieukundige.
Onderschat het effect van blootstelling niet. Effecten zijn vaak pas later merkbaar, ook al ruik of zie je niets.
Download de toolbox voor gebruik binnen uw bedrijf.